hrecht.be

Blog over arbeidsrecht

Update sociaal recht

De belangrijkste hervormingen in het arbeids- en socialezekerheidsrecht onder de regering De Wever: wat betekent dit voor werkgevers?

Inleiding

In het regeerakkoord werd een lijst aan belangrijke hervormingen aangekondigd op het vlak van arbeidsrecht, sociale zekerheid en pensioenen.

In deze bijdrage geven wij een overzicht van de belangrijkste hervormingen en hun mogelijke impact.

Hervormingen in het arbeidsrecht

  • Verlenging hervaltermijn bij arbeidsongeschiktheid

Sinds 1 januari 2026 is de hervaltermijn in geval van ziekte verlengd van 14 dagen naar 8 weken. Het recht op gewaarborgd loon vangt dus slechts opnieuw aan na een effectieve werkhervatting van minstens 8 weken. Daarnaast zullen de werkgevers (niet-kmo) gedurende de eerste twee maanden van de primaire arbeidsongeschiktheid die volgen op de periode van het gewaarborgd loon, een bijdrage van 30% van de door het RIZIV betaalde uitkering verschuldigd zijn. Deze verplichting kadert in de responsabilisering van alle actoren, en voor een groot deel dus ook de werkgevers. In art. 37, 38 en 39 van de Wet tot uitvoering van een versterkt terug naar werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid van 19 december 2025 vinden we deze wetswijzigingen terug.

  • Beperking afwezigheid zonder medisch attest

Het aantal kalenderdagen waarvoor een werknemer geen medisch attest moet kunnen voorleggen, is verminderd van drie naar twee afzonderlijke dagen per jaar, oook vanaf 1 januari 2026. Deze wetswijziging is dus reeds van kracht en staat ingeschreven in art. 31, §2/1 van de Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten.  

  • Afschaffing van het verbod op nachtarbeid

In de huidige regeling is nachtarbeid principieel verboden, tenzij de werkgever onder een wettelijke uitzondering valt of dit in het arbeidsreglement uitdrukkelijk toelaat. Vanaf 1 april 2026 wordt deze regel omgedraaid en zal nachtarbeid principieel toegelaten zijn indien vermeld in het arbeidsreglement of een ondernemings-cao. Het verbod in Art. 35, §1 Arbeidswet zal dus worden opgeheven, net zoals de sanctie bepaald in Art. 153, 1° Sociaal Strafwetboek. Voor huidige werknemers blijven premies behouden voor werk tussen 20 en 6 uur, voor werknemers die starten vanaf 1 april 2026 zullen enkel premies toegekend worden voor gewerkte uren tussen 23 en 6 uur.

  • Versoepeling van opname uurroosters in het arbeidsreglement

Alle toegepaste voltijdse uurroosters moeten momenteel afzonderlijk in het arbeidsreglement worden opgenomen, net zoals de deeltijdse die niet binnen een voltijds uurrooster passen. Het wetsontwerp voorziet dat de werkgever vanaf 1 april 2026 een algemeen kader in het arbeidsreglement kan opnemen dat de mogelijke arbeidsregelingen binnen de onderneming bepaalt. De individuele werkroosters van de werknemers moeten dan binnen dit kader vallen, maar de werkgever is niet langer verplicht ze allemaal afzonderlijk in het arbeidsreglement te vermelden.  Werkgevers moeten dit wel aandachtig doen, zodat het geen louter theoretisch onbeperkt toepassingsgebied bevat. Zo mag een werkgever geen tijdskader van 24/24 en 7/7 inschrijven in het arbeidsreglement. Art. 6., §1, 1°, eerste lid van de Wet tot instelling van de arbeidsreglementen van 8 april 1965 en bijgevolg ook art. 201, §1, eerste lid, 1° van het Sociaal Strafwetboek zullen gewijzigd worden.

  • Beperking van de opzegtermijn
    Bij ontslag door de werkgever wordt de opzegtermijn bepaald aan de hand van de anciënniteit van de werknemer. Momenteel is er geen wettelijk maximum, waardoor de opzegtermijn meerdere jaren kan bedragen. Voor arbeidsovereenkomsten gesloten vanaf 1 april 2026 zal deze beperkt worden tot 52 weken. De berekening voor een opzegtermijn is terug te vinden in art. 37/2, §1 van de Wet betreffende arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1987, welke uiteraard ook zal aangepast worden.

Hervormingen in het stelsel van de sociale zekerheid

  • Hervorming van de werkloosheidsuitkering in de tijd

Waar een werkloosheidsuitkering vroeger onbeperkt in de tijd toegekend kon worden, zal deze nu beperkt worden tot maximum 24 maanden. De toelaatbaarheid tot het stelsel werkloosheid zal afhankelijk zijn van twee ‘vergoedingsperiodes’ die rekening houden met arbeidsdagen uit het verleden. Deze nieuwe maatregel zal geldig zijn voor dossiers met een begindatum van werkloosheid vanaf 1 maart 2026. Een uitgebreide uiteenzetting betreffende de toelaatbaarheid tot de werkloosheid is terug te vinden in de Programmawet van 18 juli 2025, titel 5, Hoofdstuk 1.

  • Hervorming van de inschakelingsuitkering
    De inschakelingsuitkering, voornamelijk toegekend aan jonge werkzoekende schoolverlaters, zal beperkter worden in de tijd. Waar er eerst tot 36 maanden aan uitkering kon toegekend worden, zal dit nu voor maximaal 12 maanden mogelijk zijn. Ook zullen er strengere toelaatbaarheidsvoorwaarden gelden. Deze maatregel geldt vanaf 1 maart 2026 maar zal ook retroactief van toepassing zijn. Iedereen die dus momenteel een inschakelingsuitkering heeft zal deze voor maximum 1 jaar ontvangen. Eveneens in de Programmawet vinden we meer bepaald in art. 97, 137 en 204 de wijzigingen terug in verband met de inschakelingsuitkering.
  • Afschaffing van het SWT – voorheen brugpensioen

Voor bestaande SWT’ers zal er niets veranderen, sinds 1 juli 2025 kan er echter niet meer toegetreden worden tot het SWT-stelsel. Enkel het medisch SWT zal nog behouden blijven tot 2029. Met deze maatregel werd CAO nr. 17 van 19 december 1974 niet meteen volledig opgeheven, maar zal hij wel uitdoven, omdat er sinds 1 juli 2025 geen nieuwe instroom meer mogelijk is.

Pensioenhervormingen

  • Invoering pensioenmalus

Er wordt een pensioenmalus ingevoerd die leidt tot een procentuele vermindering van het bruto pensioenbedrag bij een vervroegd pensioen, indien niet cumulatief voldaan aan twee voorwaarden: minstens 35 loopbaanjaren met minstens 156 effectief gewerkte dagen per jaar; minstens 7020 effectief gewerkte dagen doorgeen de volledige loopbaan. De invoering van deze maatregel is uitgesteld tot 1 januari 2027 en zal gelden voor wie vanaf dan met vervroegd pensioen kan gaan. Bij vervroegde stopzetting van de beroepsactiviteit zal het pensioenbedrag  dan verminderd worden met 2%. Dit tarief zal de komende jaren stapsgewijs worden verhoogd tot 4% vanaf 2030 en 5% vanaf 2040. Tevens wordt voorzien in vijf ‘pechdagen’, die kunnen worden ingezet wanneer in een kalenderjaar net niet aan de voorwaarde van 156 gewerkte dagen wordt voldaan.

  • Afschaffing vorige pensioenbonus – reeds gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad

De bestaande pensioenbonus kan niet verder worden opgebouwd vanaf 2026. Indien het pensioen tussen 1 juli 2024 en 31 december 2025 had kunnen ingaan maar werd uitgesteld, zal de reeds opgebouwde bonus eenmalig worden uitbetaald bij effectieve pensionering.

  • Nieuwe pensioenbonus

Vanaf 1 januari 2026 treedt een nieuw pensioenbonusregeling in werking, die van toepassing zal zijn op pensioenen die ingaan vanaf 2027. Deze bonus kan opgebouwd worden wanneer er verder gewerkt wordt na wettelijke pensioenleeftijd, mits cumulatief voldaan aan volgende voorwaarden: 35 loopbaanjaren met minstent 156 effectief gewerkte dagen; minstens 7020 effectief gewerkte dagen over de volledige loopbaan; er werd nog geen pensioen ontvangen. Er zal een bonus toegekend worden van 2%, 4% of 5% per kalenderjaar uitstel afhankelijk van je geboortejaar.

  • Verstrenging voorwaarden vervroegd pensioen.

Voor pensioenen met een vroegst mogelijk ingangsdatum vóór 1 januari 2027 volstond het dat een loopbaanjaar minstens 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen telde om gezien te worden als ‘loopbaanjaar’. Voor pensioenen met een vroegst mogelijke ingangsdatum vanaf 1 januari 2027 wordt het vereiste minimum vastgesteld op 234 gewerkte dagen per jaar om na 42 loopbaanjaren met pensioen te kunnen gaan. Voor een vervroegd pensioen 44 loopbaanjaren volstaat een minimum van 156 gewerkte dagen. Daarnaast wil de regering het aandeel gelijkgestelde periode dat in aanmerking komt voor de pensioenberekening beperken tot maximaal 20%. Zorgverloven en periodes van ziekte blijven evenwel volledig meetellen.

Hélène Cras


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *